woensdag 16 december 2009

Toekenning Denied Boarding Compensation kent harnekkige misverstanden

Luchtvaartmaatschappijen zijn het vaak oneens met de toekenning van Denied Boarding Compensation (DCB) aan reizigers. Dat komt vooral door een aantal hardnekkige misverstanden, aldus Hendrik Noorderhaven, directeur van EUclaim dat de compensaties toekent. Zo denken airlines dat buitengewone omstandigheden, ofwel overmacht, reizigers geen recht geven op compensatie. Volgens Noorderhaven gaat het echter om een wettelijke regeling die dient ter bescherming van consumentenrechten.

Onlangs weigerde Transavia DBC uit te keren aan passagiers van een avondvlucht van Parijs naar Rotterdam, die door beschadiging van het vliegtuig bij het wegduwen van de gate door de grondafhandelaar, overgeboekt moesten worden naar de volgende ochtendvlucht. Transavia vergoedde wel de hotelkosten, maar betaalde geen 250 euro per persoon DCB. Volgens Transavia was hier sprake van overmacht, maar de kantonrechter in Haarlem oordeelde anders. Airlines gebruiken nu eenmaal tow-tugs. Transavia moest de schade maar op de grondafhandelaar verhalen.

Omstreden blijft wat buitengewone omstandigheden zijn, zoals terreurdreiging, extreme weersomstandigheden, stakingen of vogelbotsingen. De luchtvaart blijft zich dan ook tegen onduidelijke vonnissen verzetten.

Geen opmerkingen: